Van Biesen

Van Biesen gedijt in Dussen

Geslachtsnaam

De geslachtsnaam Van Biesen of Van Biezen komt niet zo heel veel voor in Nederland. Van de variant Van Biesen vinden we de naamdragers vooral in Oost- en Midden-Brabant, Zeeland en ook nog wat in Midden Nederland. Van Biezen met een z komt wat meer voor. Je vindt naamdragers door heel Brabant, maar ook in de regio rond Amsterdam, in Groningen en in Limburg. De variant Van der Biesen is dan weer het sterkst vertegenwoordigd in Limburg en Oost-Brabant maar komt ook voor in Amsterdam en in Zuid-Holland.
Volgens de databank van Nederlandse Familienamen betreft het een zogenaamde adresnaam, wat wil zeggen dat deze is afgeleid van een toponiem. Nu was Nederland oorspronkelijk een nogal drassig land. Veel gebied wat nu land is was vroeger nog water of moeras en daarop gedijde vooral riet en biezen. De naam kan dus een afgeleide zijn van zo'n gebied. Het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden van A.J. van der Aa uit 1840 bevat tal van geografische namen met Biesen of Biezen. Ter hoogte van Udenhout heb je bijvoorbeeld Biezenmortel; reeds in 1314 werd deze naam schriftelijk vermeld. In 1496 werden de Vlijmsche Tienden 'De Biesen' genoemd. In Loon was er een natuurgebied De Biezen met veel bos voor houtwinning. In Dongen had je een gehucht De Biezen en in een oorkonde uit 1388 wordt de Rode Biezen in Waalwijk vermeld. In 1487 lag er in Herpt een perceel dat in het zuiden belent werd door (grensde aan) eigendom van het godshuis van Oudenbiezen. In De Werken - tussen Werkendam en Sleeuwijk - was in 1681 wei- en griendland gelegen bij de Uitpadt, genaamd de Biesen en de Putten. In Belgisch Limburg is zelfs van oudsher een kasteeldomein Alden Biesen genaamd met een Heer van Biesen. Zo zijn er verwijzingen te over en alom aanwezig.

Maar de geslachtsnaam zou ook aangenomen kunnen zijn vanwege de specifieke eigenschappen van riet of biezen. Daarvan is immers bekend dat het een waterplant is met een flexibele en buigzame stengel, welke zich weliswaar gedwee voegd naar de windrichting maar zich daarna weer krachtig opricht. Het is een taaie plant die zich niet laat onderschoffelen of omhakken. Steeds duikt deze weer opnieuw op. Niettemin is het zeker in groepsverband een mooie plant in het landschap waarvan het ruizen eindeloos is bezongen en beschreven. Het eindproduct riet of biezen is ook nog eens perfect bruikbaar als basismateriaal voor een grote verscheidenheid aan toepassingen. Samengevat: dorstig, buigzaam, taai en weerbarstig maar daarnaast bruikbaar en vooral mooi! Wie wil er nu niet zo genoemd worden?

Oorsprong

De Van Biesens in Dussen vinden hun oorsprong in Elshout en Oudheusden. Daar werd in 1675 Arnoldus Artse van Biesen (1675-????) geboren als oudste zoon van Aert Aertse van Biesen (1645-ca.1686) en Elisabeth (Lijske) Clerc(k)x (1647-1685). Uit dat huwelijk werden naast Arnoldus nog tenminste vier andere kinderen geboren; twee jongens en twee meisjes. Net als Arnoldus woonden zijn ouders ook in Elshout. Wel met de kanttekening dat vader Van Biesen in de archieven ook een enkele keer als Biemans werd aangeduid. Een zus van Arnold woonde eveneens in Elshout/Oudheusden, een andere in het nabijgelegen Drunen. Of de familienaam in Elshout is afgeleid van een van de eerdergenoemde Biezentoponiemen uit de direkte omgeving, dan wel gerelateerd is aan de bijzondere kenmerken van de betreffende waterplant, of misschien zelfs wel de naam van het kasteeldomein in Belgisch Limburg als oorsprong heeft, daarover blijft het speculeren omdat de stamlijn niet verder teruggaat dan Arnoldus' vader in de Elshout. Meer onderzoek naar de afkomst en herkomst van deze stamvader - men kwam meestal van elders - zou echter nieuw licht kunnen werpen op deze vraag.

Voor de Van Biesen-tak in Dussen is Arnoldus van belang. Hij trouwde in 1711 met de circa tien jaar jongere Cornelia Willemse Reijken (circa 1685-<1727). Hoewel zijn bruid ook in Elshout geboren was, had zij familiebanden met Rijcken in Dussen. Haar man was namelijk in 1712 doopgetuige in de rooms-katholieke kerk van Dussen bij de doop van Margaretha Rijcken, dochter van Cornelius Rijcken en Petronella Kivits. Arnoldus' vrouw was een tante van zijn petekind. De doopceremonie in Dussen, uitgevoerd door pastoor Hubertus van Grevenbroek, vond plaats aan de Sluis waar de parochie sinds 1711 een pand huurde van de kasteelheer zijnde 'een pastorie tevens dienende tot kerk en vergaderplaats'. Cornelia overleed echter op vrij jonge leeftijd waarna Arnoldus in 1727 in Elshout hertrouwde met Maria Janssen van den Heuvel.

Akte in het archief Onzenoort

Een jongere zus van Arnoldus was Adriaantje Artse van Biesen (1687-1780), gedoopt in 1687, overleden te Oudheusden op 27-05-1780. Zij was in 1712 getrouwd met Jan Artse Elshoudt. Een akte aanwezig in het archief Onzenoort, betreffende: 'Scheiding en deling van de roerende en onroerende goederen van wijlen Jan Aertse Elshout en Adriaantje van Biesen', geeft wat meer inzicht in de uitgebreide maar ook wel complexe familierelaties van het echtpaar. Deze koopakte van 15 September 1780, gepasseerd ten overstaan van Jan Leemans, Jaspar Vink, Hendrikus van Sluysvelt, drossaard en schepenen 'in den Elshout', werd opgesteld door de secretaris J.H. Rietvelt en beschrijft de verkoop van een huis in het 'Blok de Gaertwijde' te Elshout, toebehorende aan de erfgenamen van Jan Aertse Elshout en Adriaentje Aertse van Biesen, beiden overleden.
De koper was Adriaan Muskens en als zijn borgen worden vermeld: Gerrit Muskens en Wouter Muskens. De verkopers, tevens erfgenamen, waren: Jan Aertse Elshout te Elshout, Pieter Aertse Elshout te Rotterdam, Jan Aertse Elshout te Groningen, Johannes Schofteling in huwelijk hebbende Anneke Elshout te Alem, Josephus Elshout wonende 'op de Eede', Anthonij de Kooij in huwelijk hebbende Paulien van den Hout te Tilburg, Lucas van de Leur te Ammerzoden, Aert van de Leur te 's-Hertogenbosch, Marden van den Hout, Pauliena van den Hout weduwe van Johannes van den Hove en Cornelia van den Hout, allen te Drunen. Deze personen waren allen familie van Jan Aertse Elshout.
Voorts worden genoemd: Aert Aertse van Biesen, Peeter van Dongen in huwelijk hebbende Maria Aertse van Biesen, Arnoldus Janse van Biesen, allen te Dussen, Huybert Janse van Biesen 'op den Bommelaer' [waarschijnlijk de korenmolen uit 1738 in Den Bommel Z.H. Goeree-Overflakkee], Jan Kipping in huwelijk hebbende Cornelia Janse van Biesen te Dussen, Jacobus Kipping in huwelijk hebbende Cornelia Janse van Biesen te Dussen, Arnoldus Willemse van Biesen te Besoyen, Eymbert Willemse van Biesen en Comelis Rijken in huwelijk hebbende Wilhelmina Willemse van Biesen, te Dussen. Allen familie van Adriaantje Artse van Biesen.
En tenslotte nog: Jan Aertse Elshout te Elshout, Willem Dirkse van Loon te Drunen en Eymert Willemse van Biesen te Dussen, alledrie als voogden over: de minderjarige kinderen van Maria Aertse Elshout in echt verwekt bij Hendrik Meesters, over de minderjarige kinderen van Aert Meeuwisse Elshout, over de minderjarige kinderen van Paulus van de Leur, over de minderjarige kinderen van Paulus van den Hout, over de minderjarige kinderen van Elisabeth van den Hout in echt verwekt bij Huybert Teuling, over de minderjarige kinderen van Willem Aertse van Biesen, en over Adriaentje Janse van Biesen.

Verhuizing naar Dussen

Uit Arnoldus' eerste huwelijk werden vier kinderen geboren en uit zijn tweede huwelijk nog eens twee. Hoewel alle zes kinderen in Oudheusden gedoopt werden, was hun geboorteplaats Elshout. De kerk van Oudheusden was oorspronkelijk namelijk ook de parochiekerk van de bewoners van Elshout. Tot 1937 vormde Elshout ook één burgelijke gemeente met Oudheusden. De situatie was dus een beetje vergelijkbaar met Hank en de gemeente Dussen.
Omstreeks 1730 is Arnoldus met zijn tweede echtgenote, Maria Janssen van den Heuvel, en hun gezin van zes kinderen van Elshout naar Dussen verhuisd. Zowel zijn oudste zoon Jan, de vijf jaar jongere Willem, als hun zus Maria, vonden alledrie een partner in Muilkerk. Ook hun jongere stiefbroer Arnoldus stapte in het huwelijkbootje met een Dussense, Johanna van der Pluijm. De redenen dat gezinnen verhuisden waren divers maar in veel gevallen had het met hun zoektocht naar werk te maken. In de eerste helft van de achttiende eeuw was er in Dussen een economische opleving gaande. In de tweede helft van de zeventiende eeuw was de omdijking van de Zuidhollandsche Polder gereed gekomen, waarmee er een groot gebied aan bijzonder vruchtbare landbouwgrond beschikbaar kwam. In 1722 werd deze nieuwe polder geprivatiseerd, waarbij er zo'n 841 morgen land overging van publiek - in privaat eigendom, hoofdzakelijk van een tiental vermogende grootgrondbezitters maar ook wel van lokale boeren. Deze investeerden niet alleen in de aankoop van de grond maar ook in de bouw van nieuwe boerderijen in de polder en langs de Kornsedijk van waaruit het land bewerkt en bebouwd werd. Hierdoor steeg de behoefte aan extra werkkrachten. Sporen van die economische opbloei zijn thans nog terug te vinden aan de Kornsedijk waar een aantal grote boerderijen, welke omstreeks die periode gerealiseerd werden, de tand des tijds overleeft hebben. De aantrekkende werkgelegenheid zal via familie uit Dussen van Arnoldus' eerste vrouw ook in Elshout ter ore gekomen zijn. Blijkbaar waren de verhalen van dien aard dat Arnoldus en zijn vrouw hun hele hebben en houwen op een kar laadden en naar Dussen vertrokken. Nadat ze in eerste instantie bij familie onderdak gevonden zullen hebben, werd al snel een eigen onderkomen betrokken waarna het leven zijn verdere beloop nam.

Tak Jan van Biesen uit Muilkerk, Dussen-Binnen

Arnoldus oudste zoon Johannes of Jan van Biesen (1712-1778) trouwde in 1742 in Dussen met Maria Castelijns uit Muilkerk. Zij was eerder gehuwd geweest met Leendert Penninks maar deze was twee jaar eerder overleden. Maria of Marieke was een dochter van Theodorus Huijberts Castelijns en Arnolda Melchiors de Bruijn. Vermoedelijk had Jan met Marieke Castelijns best een 'goede partij' binnengehengeld, die een redelijke bruidschat meebracht. Vijf jaar later, in 1747, kocht Jan van Biesen van de erfgenamen van Cornelis Stam 12 hont land in Muilkerk met de hofstede Nieuwe Bogaard. Dit goed maakte oorspronkelijk deel uit van de Robert Brievonc hoeve en werd ten tijde van de aankoop belent door: oost Adriaan van Pelt, west en noord erven heer Busero en zuid De Dusse. Toen Jan overleed ging het goed over op zijn zoon Arnoldus die het vijf jaar later, in 1786, voor 1.555 gulden verkocht aan Dirk Elemans, de ambachtsheer van Muilkerk. In 1752 overleed Jans zwager Huijbert Castelijn, die zijn broer en zus Dirk en Marieke Castelijn tot erfgenamen had benoemd. Dirk verleende in 1754 aan Jan procuratie om het geërfde land op den Hill dat ondertussen verkocht was aan de graaf van Groesbeek, tevens kasteelheer van Dussen, voor de schepenen van Den Hill officieel te laten overschrijven op naam van de nieuwe eigenaar.
Tien jaar na hun trouwen overleed Maria. Goede raad was duur. Jan bleef achter met drie kleine kinderen - de jongste dochter Cornelia was kort na haar geboorte overleden - en dus hertrouwde hij in 1755 met Maria van Boxel, dochter van Johannes van Boxtel en Adriana Teulings en weduwe van Jan Peterse Kamp afkomstig uit Waspik. Uit deze tweede verbintenis werden nog eens zes koters geboren. In 1765 kwam ook zijn tweede echtgenote te overlijden. Zijn 18-jarige dochter Anna zal zich in ieder geval tot haar trouwen in 1770 om de twee nog in leven zijnde jonge meisjes, Johanna en Adriana, bekommerd hebben, terwijl Jan en zijn twee zoons het werk op de boerderij deden. In 1778 overleed vader Jan. Uit een akte opgesteld voor de schepenen van Muilkerk blijkt dat hij zijn oudste zoon Arnoldus en secretaris Dionisius Middelkoop [senior] had aangesteld tot voogden over zijn minderjarige kinderen.

Deze oudste zoon Arnoldus van Biesen (1743-1798), zo genoemd naar zijn grootvader, trouwde enkele weken voor het overlijden van zijn vader in 1778 met Geertruij Lievaart uit Muijlkerk. Lievaart was destijds een vertrouwde naam in Muilkerk, maar meer informatie over Geertrui werd niet gevonden. Zij zullen ook in de ouderlijke boerderij Nieuwe Bogaard gewoond hebben. Deze kwam na het overlijden van vader Jan in 1778 in bezit van Arnoldus en hoewel het goed door hem in 1786 verkocht werd aan de heer van Muilkerk, zal hij vermoedelijk als pachter wel op de hofstede zijn blijven wonen. Zijn huwelijk met Geertruij was echter slechts van korte duur want vijf jaar later (in 1783) stierf zij. Eén jaar later overleed ook nog eens de jongste van zijn twee dochters, Zijn oudste dochter Maria vond op latere leeftijd een partner in Heesbeen.

Korenmolenaar

Van zijn jongere broer Hubertus of Huijbert van Biesen (1745-????) zijn behalve zijn doop in 1745 en het feit dat hij tot 1784 een drietal keren als doopgetuige fungeerde bij de doop van neven en nichtjes, geen verdere gegevens gevonden. Volgens de Onzenoortse akte uit 1780 woonde hij 'op den Bommelaer'. Dit was vermoedelijk de korenmolen met die naam in Den Bommel op het eiland Goeree-Overflakkee in Zuid-Holland. Huijbert groeide echter op, op de hofstede Nieuwe Bogaard welke vermoedelijk ten oosten van de Dussensche - of Ruttensteeg gelegen heeft; niet ver van de opvallende korenmolen De Gunst in de achterstraat van Dussen Binnen. Ongetwijfeld heeft Huijbert als kleine jongen regelmatig op de molen vertoefd en heeft hij molenaar Adriaan Heijmans zo nu en dan een handje toegestoken; wie weet was hij wel molenaarsknecht, al zijn daarvan geen bewijsstukken teruggevonden. De belangstelling voor het vak molenaar werd ook aangewakkerd door familie van zijn moeder waarvan een broer watermolenaar was in Dussen en een neef voor het gerecht in Woudrichem de eed had aflegd als korenmolenaar. Hoe dan ook, hij heeft zich kennelijk in het molenaarsvak bekwaamd en werd molenaar op de korenmolen Den Bommelaer. De korenmolen Den Bommelaer is een nog steeds bestaande molen gelegen aan de Molendijk in Den Bommel. De molen dateert uit 1738, maar bevat onderdelen afkomstig van een eerdere molen die in de jaren 1620-1630 op dezelfde plek was gebouwd.

Behalve de twee jongens, Arnoldus en Hubertus, werden uit het eerste huwelijk van Jan van Biesen en Marieke Castelijns ook nog twee meisjes geboren: Anna, in 1747, die in 1770 trouwde met Jan Kipping uit Munsterkerk en Cornelia, in 1749, die kort na haar geboorte stierf. Een zoon van Anna van Biesen en Jan Kipping was Huibert Kipping die omstreeks 1820 herbergier was van Het Wapen van Dussen aan de Putten op de hoek van de Hoogedijk met de Dorpsstraat. Van deze herberg zijn nog fotos beschikbaar uit een latere periode.

Uit Jans tweede huwelijk met Maria van Boxel werden in totaal zes kinderen geboren, vier meisjes en twee jongens. De eerste twee meisjes was een tweeling, daarna werd Maria geboren. Twee van deze meisjes kwamen op jonge leeftijd te overlijden; Johanna - van de tweeling - werd wat ouder maar stierf alsnog op 18-jarige leeftijd. Het vierde meisje Adriana trouwde in 1788 met Willem Schippers, koopman/schipper van beroep, een broodwinning die we binnen het geslacht nog regelmatig zullen tegenkomen. De twee jongens die daarna nog het levenslicht zagen overleden ook als baby. Daarmee eindigt de tak van Jan van Biesen. Mogelijk dat er nog nazaten waren van molenaar Huijbert, maar die zijn niet gevonden.

Tak Willem van Biesen van de Kornsche Sluijs

Jans jongere broer Willem zorgde voor meer nageslacht. Wilm of Wilhelmus van Biesen (1717-1773) uit Dussen Muijlkerk huwde in 1744 met de niet roomse Johanna Struijk (1722-1796) uit het dorp, dochter van Embertus Struijk en Cijke Gerardi Sagt. Als huwelijkse getuigen fungeerden zijn tante Maria van Biesen uit Drunen en Petronella Schuts, de herbergierster van het lokaal aan de Sluis waar later Hotel De Zwaan zou verrijzen. Er zijn aanwijzigingen dat Willem en Johanna aan de Kornse Sluis woonden. Ze waren 29 jaar getrouwd zodat het niet zo verwonderlijk is dat er een uitgebreide schare aan kinderen geboren werd. Maar liefst elf keren werd de vroedvrouw opgetrommeld om de bevalling in goede banen te leiden. Met goed gevolg ook want slechts enkele kinderen kwamen jong te overlijden, wat in die tijd van grote zuigelingen- en kindersterfte best bijzonder was. Mogelijk dat Willem het schippersvak al uitoefende. Hij woonde tenslotte aan de Kornsche Sluis, vlakbij het water van de Kornsche Gantel. Onder zijn nakomelingen was het schippersvak in ieder geval populair, wat uiteraard leidde tot de nodige mobiliteit. Deze Van Biesen-tak waaierde dan ook uit over Brabant.

Schippersfamilie
De oudste zoon Arnoldus werd schipper en trouwde met Maria Teulings uit Besoijen. Hij zorgde voor enig nageslacht in Waalwijk - waarvan zijn zoon ook het schippersvak omarmde - dat vervolgens uitzwermende naar Vlijmen en Engelen. Zijn vier jaar jongere broer Eijmbert, vernoemd naar zijn grootvader van moederskant, huwde in 1778 met Classina ook wel Christina van de Poppel uit Munsterkerk en toen zij tien jaar later overleed hertrouwde hij met Maria de Bodt. In de Franse Tijd verhuisde Eijmbert met vrouw en kinderen naar Roosendaal; hij werd daar in de gemaallijsten - een lokale belastingheffing - van 1806-1807 genoemd. Eijmert en Classina zorgden voor flink wat Van Biesen nakomelingen in Roosendaal. Tenminste twee van hun kinderen, Willem junior en Bernard, werden schipper en ook verschillende kleinkinderen kozen voor een schippersbestaan. Net als Eimberts oudste broer Arnoldus was ook zijn jongere broer Bernard schipper, evenals diens zoon Willem die ook naar Roosendaal verhuisde, terwijl twee kleindochters met 'n schipper/herbergier in het huwelijksbootje stapten. In 1810 werd volgens de bronbeschrijving door Eijmert onroerend goed verkocht aan hun zoon Bernard. De akte blijkt tevens een zogenaamde Acte de Francisation. Deze was in de Franse Tijd noodzakelijk bij de verkoop van een schip. Hiermee kreeg de nieuwe scheepseigenaar het recht om onder Franse vlag te varen, waarvoor dan weer een jaarlijkse belasting verschuldigd was. In het document worden de kenmerken van het schip beschreven, liggend in Roosendaal/Bergen op Zoom. Tevens wordt vastgesteld dat hij de nieuwe 'Franse' eigenaar is en daarmee het recht verwerft om onder Franse vlag te varen met alle bijbehorende privilleges. In 1819 werden door de notaris ten huize van Eijmert van Biesen, wonende aan de Lage Brug te Roosendaal, ter rekwisitie (vordering door het gezag) publiek verkocht enige meubilaire goederen voor een totaal bedrag van fl. 47,80. Eijmbert en Maria overleden allebei in Roosendaal-Nispen.

Herberg Den Boerendans
Willem en Johanna's jongste dochter Lucia van Biesen (1763-1843) bleef ongehuwd en is vermoedelijk in het ouderlijk huis blijven wonen. Ten tijde van de eerste kadastrale opmeting omstreeks 1820 werd zij geregistreerd als eigenaar van een huis met tuin aan de Kornse Sluis I005/006 met nog 2 percelen griend bij de Kornse Boezem I166a/167a. Omdat zij veelvuldig als getuige wordt genoemd in allerlei doop, trouw en begraafaktes is het aannemelijk dat de ongehuwde Lucia in het rechthuis - een raadhuis was er nog niet - aan de Sluis werkte, later Hotel De Zwaan genoemd. Maar het is ook mogelijk dat zij een soort afroepovereenkomst met het gemeentebestuur had dat zij ten allen tijde beschikbaar was om als getuige te fungeren bij officiële plichtplegingen. Nadat Lucia uit de tijd was, kwam het pand in bezit van Jacobus van de Broek, tapper, en later van zijn zoon Marinus en kleinzoon Adrianus die er de herberg Den Boerendans in uitbaatte. Of dat onder Lucia van Biesen of mogelijk zelfs haar ouders in het betreffende pand ook al drank werd verkocht is niet bekend.

Drie dochters

Behalve drie jongens telde het gezin van stamvader Arnoldus Artse van Biesen in Elshout ook drie meisjes. De oudste dochter was Annamaria van Biesen (1715-1784), gedoopt r.k. 5-02-1715 Oudheusden, doopgetuigen Claesken Clara van Ierssel en Adriaentien Reijken. Dat is zo'n beetje alles wat we van haar hebben kunnen terugvinden.
Van haar jongere zus Maria (Mieke) van Bies(z)en (1720-1800), is wat meer bekend. Ze werd in 1720 in Elshout geboren en gedoopt in Oudheuden, met als doopgetuigen: Artien Janse Clerck en Cuijntien Willem Reijken. Ze trouwde in Dussen in 1746 met Peter van Dongen, waarbij Cornelis van Dongen en Johannes Boor als getuigen fungeerden. Hij was een zoon van Lindert van Dongen en Johanna Petri Baas. Het bleek een vruchtbare verbintenis want er werden maar liefst een tiental kinderen Van Dongen geboren.

Hun acht jaar jongere halfzusje was Cornelia van Biesen (1728-1759), gedoopt 27-2-1728 te Oudheusden, getuigen Cunera Reijkers en Anna Bruermijen. Van haar zijn verder geen bijzonderheden bekend.

Tak Arnoldus van Biesen aan de dijk

De huidige generatie Van Biesen in Dussen zijn echter allen nakomelingen van de jongste zoon Aart of Arnoldus van Biesen (1729-1782) gedoopt 20-10-1729 te Oudheusden, doopgetuige Arieken Johannis Elshoudt, geboorteplaats Elshout, begraven in Muilkerk op 27-04-1782. Waar zijn broers en zus allen een partner vonden in Muilkerk, zocht Arnoldus of Aart zijn geliefde in Munsterkerk. In 1760 stapte hij met Johanna van der Pluijm (1738-1794) in het huwelijksbootje. Zij was een dochter van Adrianus of Arie van der Pluijm en Cornelia van Wouw en negen jaar jonger dan Arnoldus. Uit hun huwelijk werden 10 kinderen geboren.
Vermoedelijk woonden Aart en Johanna in de Dorpstraat, vlakbij de Krekeldraai, op de plek waar later David van de Westen zijn woning met kolenmagazijn had. Na het overlijden van hun moeder Johanna van der Pluijm - vader Arnoldus/Aart van Biesen was al eerder gestorven - werd het ouderlijk huis en ook de inboedel in 1797 door de erfgenamen openbaar verkocht. Het is waarschijnlijk dat het pand toen werd aangekocht door hun zoon Willem. Van de opbrengst kon mooi de deurwaarder worden betaald want deze had namens 'de gemene landsmiddelen van het Hof van Holland' aan Aart van Biesen een dwangbevel opgelegd om 40 guldens en 10 stuivers aan erfpacht te voldoen.

Huis in de Dorpsstraat

Het betreffende dijkperceel kadastraal genummerd H240 met huis en erf lag aan de zuidzijde van de dijk en was groot 2 bunder en 72 roeden. Het huis stond in de lengte langs de dijk en besloeg vrijwel het gehele perceel van oost naar west, al was er aan de zuidwestkant nog wel een kleine uitbouw. Het pand was door het kadaster gerangschikt in de klasse 8 op een schaal van 1 tot 10, zijnde: 'woningen van arbeiders en dagloners, veelal slechts uit een vertrek bestaande en in slechte staat van onderhoud verkerend.' De tuinpercelen H241 aan de oostzijde (1.88 bunder) en H239 aan de overkant van de weg gelegen (3.14 bunder) waren in 1820 eveneens eigendom van de weduwe Willem van Biesen.
Achter het erf van de woning, doorlopend tot aan de Vloeisloot - waaruit door de omwonenden hun drinkwater werd betrokken - lag een groot perceel weiland van burgemeester P.J. Stael en ten oosten daarvan een grient van buurman-metselaar Cornelis Corneliszoon van Daal. Hoewel de datum niet feitelijk bekend is, zal het huis en het land na het overlijden (1849) van Cornelia vermoedelijk opnieuw onder de hamer gekomen zijn en verkocht zijn aan Pieter Antonius Vermeer, schoenmaker van beroep. Hij liet het in slechte staat van onderhoud verkerende pand geheel afbreken en bouwde een compleet nieuw huis met een aparte schuur.

Huis aan de Hoogendijk

Willems oudste zoon Adrianus van Biesen (1763-1811) trouwde met Aldegunda de Jongh die samen tenminste zes kinderen kregen. Zij woonden destijds in het laatste huis (met tuin en boomgaard kadasternr. G362-364) aan de westzijde van de Hoogendijk, vlak voordat de dijk naar het westen afboog richting Peerenboom. Het boomgaardperceel G364 lag aan de overkant van de dijkstraat. Na hun overlijden kwam het huis in bezit van de oudste zoon Bart die er waarschijnlijk met zijn gezin ook in gewoond zal hebben. Aldegonda van Biesen, dochter van Bart en kleinkind van Adrianus, kocht in 1891 haar vaders erfdeel van het pand met bijbehorende percelen voor 50 gulden, liever gezegd haar man Adriaan Martinuszoon van Dongen uit Waspik was de koper. Zij wilden uiteraard ook graag het erfdeel van hun moeder Dora Toethuijs overnemen, dat 2/3de in bezit van de andere kinderen: Adriana en Gerrit van Biesen was maar werden het kennelijk niet eens over de prijs. De kantonrechter van Heusden moest er aan te pas komen en dat resulteerde in 1895 in een akte van scheiding en deling waarbij door neutrale taxateurs Ferdinand van Dijk, bakker, Jan Vermeulen senior, voerman en Hubertus Deckers, dienstknecht de resterende waarde van het pand werd geschat op 100 gulden. Voor dat bedrag werden Aldegonda en haar man volledig eigenaar van het pand die het ook zullen zijn gaan bewonen. Na hun overlijden werd het huis en het land voor de kinderen-erfgenamen Van Dongen in juli 1902 door notaris Rietra publiek geveild bij Hotel van Beurden, waar overigens wel een gerechtelijk bevel aan ten grondslag lag. Het geheel werd ingezet en verhoogd tot 450 gulden. Koper was de lokale smid en gemeenteraadslid A.L. van Beurden. Deze verhuurde het voor 1,25 gulden per week aan Willem van den Broek. Van Beurden maakte handig gebruik van de flinke opwaardering van onroerend goed tijdens en na de Eerste Wereldoorlog want in 1919 werd het pand doorverkocht aan klompenmaker Wijnand van Steijn voor de lieve som van 1.000 gulden die daarvoor ook nog eens het bestaande huurcontract diende te respecteren.

Maar het nageslacht van de oudste zoon Albertus of Bart van Biesen (1798-1874), gehuwd met Dora Toethuijs, is echter in meerder opzicht interessant. Zij zetten acht kinderen op de wereld. Maar daarover later meer.
Van hun dochters Maria, Cornelia, Adriana en Lucia, trouwden er drie een partner van buiten Dussen. Alleen Cornelia zocht het wat dichter bij huis en trouwde met Bastiaan Schalken. Haar schoonzus Kuijntje Schalken was de tweede echtgenote van Henricus van Honsewijk, bestuurder, wonende aan de Korn. Bastiaan Schalken en Cornelia van Biesen zijn de stamouders van de huidige Schalken-nazaten in Dussen.
Een jongere broer was Arnoldus junior (1768-1840) die na zijn huwelijk met Cornelia de Wit van den Hill aldaar de grondlegger was van de Van Biesen-tak op den Hill en in Babyloniënbroek.
Vervolgens kwam Willem van Biesen (1773-1820), de grondlegger van het timmermansgeslacht binnen de familie waarvan de ongehuwde Toon van Biesen met zijn timmerwinkel in de Krekeldraai de laatste representant was die dit vak uitoefende.
Daarna kwam Petrus van Biesen (1777-1814) waarvan alleen bekend is dat hij in 1814 in Waspik is overleden en zijn jongere broer Jan van Biesen (1779-1858). Jan trouwde met Everdina ook wel Adriana Ouwerkerk, de weduwe van Wouter Toethuijs. Uit de boedel van haar overleden man werd door Adriana en de naaste familie van haar man in 1830 een perceeltje bouwland groot 0.04.07 ha in de Zuis-Hollandse Polder voor ƒ 45,- verkocht aan Kuijntje Schalken. Hun dochter Arnolda van Biesen was de grootmoeder van Marinus Heimans, tot 1928 de bekende veldwachter in Hank.

Nazaten Adrianus van Biesen

Albertus of Bart van Biesen (1798-1811) trouwde in 1824 met Dora Toethuijs een dochter van Wilhelmus Toethuijs en Geertrui van der Pluijm. Dora's zuster Adriana was zes jaar eerder ook met een Van Biesen getrouwd en wel met Arnoldus van Biesen een zogeheten 'onechte zoon' van Barts tante Cornelia van Biesen die naderhand echter alsnog getrouwd was met Bastiaan Schalken. Naast een drietal zusters waarvan Maria op den Hill woonde, had Bart ook nog een broer Jan van Biesen die in Waspik voor enig nageslacht zorgde.

Hun jongste dochter was Adriana van Biesen (1842-1921). Helemaal onbesproken bleef Adriana niet want in 1868 werd zij veroordeeld tot 1 dag detentie wegens een politieovertreding. Zij was in eerste instantie getrouwd met Hendrikus de Wit maar omdat deze al snel kwam te overlijden hertrouwde zij met Petrus Ki(e)vits, een schoenmaker uit Emmikhoven. Zij waren de ouders van onder meer Hendrikus Ki(e)vits, alias Drik de Post, hoewel hij in eerste instantie net als zijn vader gewoon schoenmaker was. Doch Drik was van meer markten thuis. Zo was hij ook nog een tijdje bouwvakker in de Haarlemmermeerpolder. Heel de week van huis, zondagavond op de fiets heen en zaterdagmiddag weer terug naar huis. Drik trouwde in bij zijn schoonmoeder in Dussen in het huisje aan de Dussendijk tegenover Koops (thans Peter Ribbers).

Bart en Dora's oudste zoon Gerardus/Gerrit van Biesen (1835-1911) was kortstondig (zes jaar) getrouwd met Johanna Besters uit Waspik maar na haar overlijden hertrouwde hij met Cornelia Rolberg (1832-1900), eveneens afkomstig uit Waspik. Hij was aanvankelijk arbeider maar stond later als (zelfstandig) landbouwer geregistreerd. Ze woonden aan de Molenkade op nummer B43/B42 waar Gerrit tevens als sluiswachter werd benoemd voor de Munsterkerksche Sluis. Nadat ook zijn tweede vrouw was overleden (1900) en zijn twee inwonende kleinkinderen Johanna de Ronde en Willem Raaymakers elders onderdak hadden gevonden, trok Gerrit in 1902 in bij zijn zoon Bart om er zijn laatste levensjaren door te brengen.

Papierfabriek

Gerrit en Cornelia waren de ouders van onder meer Dorus en Bart van Biesen. De twee jongens werkten allebei op de papierfabriek aan Keizersveer. Dorus werd in 1923 gehuldigd met zijn zilveren jubileum (25 jaar) bij de papierfabriek. Een langdurig dienstverband dus en blijkbaar ook tot volle tevredenheid van beide kanten want het merendeel van hun kinderen vond later eveneens werk bij de papierfabriek.
De oudste zoon van Dorus en Arnoldina van Moergestel, Gerrit junior de doelman van Dussensche Boys alias Gert de Gruyter omdat hij boodschappen van De Gruyter aan huis bezorgde, was daarnaast ook nog gemeentebode. In die hoedanigheid kwam hij dramatisch om het leven bij de raadhuisramp in mei 1945 in Dussen, hij werd slechts 41 jaar oud. Zijn vrouw Cornelia van Olst bleef als weduwe achter met zes kinderen. Een andere zoon Cor - ook bij de Gruyter werkzaam - was eerder al in 1936 samen met zijn verloofde verdronken in het Wilhelminakanaal te Dongen en werd pas twee weken na zijn vermissing gevonden.

Dorus' broer, Bart van Biesen, was getrouwd met Maria Schalken. Deze tak van Bart van Biesen werd voortgezet door zijn zoon Gert van Biesen, alias Rooie Gert, die huwde met Cornelia Heijmans van den Hill. Zij kregen een uitgebreide kinderschaar.

Verenigingsgeneratie

De kinderen van Dorus en van zijn broer Bart van Biesen kunnen zonder enige overdrijving worden gekarakteriseerd als verenigingsmensen en bestuurders. Vader Bart gaf daarbij het goede voorbeeld. Zo was hij in 1926 secretaris van het R.K. Ziekenfonds Sint Rochus dat destijds zo'n 80 leden telde en in 1936 was hij bestuurslid van de Onderlinge Varkensverzekering met 56 aangesloten leden. Maar hij was ook actief betrokken bij R.K. Landarbeidersbond Sint Deusdedit de voorloper van de R.K. Werkliedenvereniging Sint Wernerus - waarvan hij tot 1938 ook bestuurslid was - en nog later de Katholieke Arbeidersbond (KAB). Hij bekleedde verschillende bestuursfuncties waaronder voorzitter en vice-voorzitter. Samen met zijn kompaan binnen de bond, Toon Hofmans uit de Muilkerk, stonden zij pal voor de belangen van de arbeiders.
Zijn zoon Gerardus van Biesen, de Rooie Gerrit voor vrienden, volgde zijn voorbeeld en werd ook bestuurder van de lokale vakbondsafdeling. Als enthousiast pluimfeefokker was hij in 1935 mede-oprichter van de konijnen- en pluimveefokvereniging waarvan Gerrit vice-voorzitter werd. Bij hun eerste tentoonstelling eind van dat jaar viel Gerrit in de prijzen met zijn Acona's en Krielhoenders. Bovendien was hij ook een redelijk goed schutter gezien zijn ereplaatsen bij de Burgerwachtschietwedstrijden op de Kanaaldijk.
Zijn zuster Adriana van Biesen, die getrouwd was met Johan van Boxel, was dan weer bestuurslid van het Wit-Gele kruis terwijl haar man Johan een van de naoorlogse oprichters was van de hengelsportvereniging Het Loze Vissertje.

Bij de kinderen van Dorus van Biesen was het bestuursgen zo mogelijk nog steviger verankerd in het DNA. Gerrit en Sjaan waren met een aantal andere jongens uit de buurt van de Krekeldraai betrokken bij de oprichting van voetbalclub RKVV Dussensche Boys. Hun broer Cor was lid van fanfare Wilhelmina. Herbergier Adriaan Heessels van Hotel De Zwaan zag echter met lede ogen aan dat de voetbalclub en de fanfare voor veel klandizie zorgde bij hun clubhuis De Koppelpaarden van Koos Leemans. Hij stimuleerde daarom de broers Cor en Gerrit van Biesen - kennelijk stamgasten bij De Zwaan - om een tweede voetbalclub op te richten. Dat werd D.V.C. met De Zwaan als thuishaven en met Cor als voorzitter, Gerrit als secretaris en Heessels als penningmeester. Tevens hadden zij plannen om naast fanfare Wilhelmina ook een tweede muziekvereniging te stichten. Enkele maanden later richtten Cor van Biesen en P. van Olst, medebestuurslid van DVC, de viool-harp vereniging Apollo op, waarvan zij ook het bestuur vormden. Helaas was deze vereniging - net als DVC - geen lang bestaan beschoren. Dat was jammer maar veel erger was dat Cor van Biesen na een muziekles in Breda bezocht te hebben, besloot om samen met zijn vriend André van den Broek over Dongen naar Dussen terug te fietsen, zodat hij zijn verloofde kon bezoeken die aldaar als dienstbode werkzaam was. Onderwijl dat zijn vriend André van den Broek zich verpoosde in de bioscoop, verdronken Cor van Biesen en zijn verloofde beiden jammerlijk in het Wilhelminakanaal. Pas na een kleine twee weken werden hun lichamen opgedregd; men ging uit van een ongeluk. De ontzetting en verslagenheid was er in Dussen niet minder om.

De oudste zoon Gerrit, die omkwam bij de raadhuisramp, was in 1934 magazijnmeester van het Wit-Gele Kruis afd. Dussen; zijn nicht Adriana van Biesen fungeerde als penningmeester. In februari 1937 werd Gerrit 2de penningmeester van de heropgerichtte R.K. Werkliedenverg Sint Wernerus (opvolger van Sint Deusdedit) en een jaar later was de vrede met Dussense Boys weer getekend en werd hij bestuurslid van de supportersvereniging en even later zelfs tot voorzitter van de club verkozen. Gerrit zal in die hoedanigheid uiteraard de ballen niet persoonlijk in het doel geschopt hebben, want daar was destijds Anton Verhoeven meer de man voor, maar feit is wel dat de Boys dat jaar kampioen werden in de Tweede Klasse. Ook zijn kinderen waren begaan met het verenigingleven. Cor junior was kantinebeheerder bij Dussense Boys en preses bij de in 1965 opgerichtte carnavalsvereniging De Klaitrappers en ook de jongste zoon Ad was in verschillende functies actief bij de voetbalclub.
Gerrits jongere broer Sjaan verhuisde na zijn trouwen naar Hank waar hij een schoenwinkel exploiteerde en voorzitter werd van de R.K. Middenstandsvereniging. Doch zijn bestuurlijke ambities reikten verder. In 1939 werd hij voor de R.K. Staatspartij verkozen tot lid van de gemeenteraad. Na de oorlog was hij van 1946-1949 wethouder en loco-burgemeester. In 1949 werd hij benoemd als lid van de commissie Steun Wettig Gezag, een landelijke organisatie voor de vorming van een vrijwillige nationale politie reserve. Hoewel geen wethouder meer was hij in 1950 nog wel lid van de gemeenteraad. Hij was erg gezien in Hank en ook in Dussen vanwege zijn expertise vooral op het gebied van gemeentelijke financiën. Zijn zoon Martien van Biesen geniet in Hank bekendheid als accordeonspeler.
Harrie van Biesen richtte samen met zijn broer Bertus in 1936 de reisvereniging De Vrolijke Vrienden op. En in 1938 werd hij bestuurslid van de Toneelvereniging Oefening en Vermaak. Zijn verenigingactiviteiten werden tijden de Tweede Wereldoorlog bruusk onderbroken doordat hij slachtoffer was van de Arbeidseinsatz. Eenmal teruggekeerd uit Duitsland, pakte hij de draad echter weer als vanouds op. In 1948 werden vanuit de toneelvereniging initiatieven ondernomen voor de oprichting van een wandel- en gymnastiekclub voor de jeugd van 12-16 jaar waarvoor men zich bij Harrie van Biesen kon aanmelden als lid. Van Harries kinderen was Theo junior lid van de fanfare en van de familiekapel Tis Vreed en stond dochter Adje aan de basis van de toneelclub Tis Wijd in de Heg.
Dorus'jongste zoon Koos van Biesen was ook bestuurslid van Toneelvereniging Oefening en Vermaak en was daarnaast een enthousiast sportvisser. Toen Sjaan stopte met zijn werk voor de gemeenteraad werd het stokje overgenomen door zijn broer Koos.

Familierelaties

Het talrijke nageslacht van zowel Dorus als Bart van Biesen zorgde in Dussen voor veel nakomelingen die door huwelijk voor een wijdvertakt netwerk van familierelaties zorgden. Eerder vermeldden we al dat Cornelia van Biesen vanaf eind achttiende eeuw door haar huwelijk (in 1797) met Bastiaan Schalken de stamouders werden van vrijwel alle Schalken nazaten in Dussen en dat waren - en zijn er nog best heel veel. De familierelaties werden verder uitgebreid door huwelijk van de dochters van Bart, zoals: Cornelia met Peer de Ronde ouders van Piet en Niek (kapper) de Ronde, Elisabeth met Adriaan Ribbers ouders Piet Ribbers en grootouders Peter Ribbers, Berdina met Simon Meijers ouders van van Bertus, Tinus en Broer Meijers, Johanna met Willem van Deursen, Petronella of Pit met Bertus Schalken Pietzoon van de Hoogendijk, Adriana of Jaan met Johan van Boxel ouders van onder meer Bart en Wout, en Lucia met Leen Domenie een broer van de vader van Wim en Rinus Domenie. Johanna een dochter van Dorus trouwde dan weer met Gerardus L. van der Pluijm. Huwelijken van de zoons van Dorus en Bart completeerden het netwerk: Gerrit Thzn met Cornelia van Olst, Sjaan met Cornelia Huigen, Harrie met Pieta Kievits en Koos met Adriana de Ronde en Gerrit Bzn met Cornelia Heijmans van den Hill. Het geheel vormt een indrukwekkend lijstje waarop door Sjaan en Koos van Biesen bij periodieke gemeenteraadsverkiezingen graag en met succes een beroep werd gedaan voor steun, liever gezegd op hen te stemmen. Nazaten Willem van Biesen

Willem van Biesen, een jongere broer van Adrianus van Biesen van de Hoogendijk, trouwde in 1809 met Cornelia van den Hoven. Hij was vermoedelijk de koper van het ouderlijk huis in de Dorpsstraat. Bij de eerste kadastrale opmeting circa 1820 was zijn weduwe in ieder geval eigenaar van het pand met omliggende percelen. Op latere leeftijd was zij inwonend bij haar dochter in Hank aan de Buitendijk. Cornelia overleed in 1849. Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren maar twee daarvan overleden vroegtijdig. De oudste dochter Maria van Biesen huwde Gerardus Koene uit Oosterhout. Hun tweede kind Arnoldus van Biesen was nog maar vijf jaar toen zijn vader overleed. Hij werd later timmerman van beroep en trouwde met Johanna Roubos. Het is niet uitgesloten dat hij bij zijn moeder is ingetrouwd en daar tot haar overlijden (1849) ook zijn beroep heeft uitgeoefend. Daarna werd het pand door de erfgenamen verkocht.

Via Arnoldus en Johanna werd deze tak verder voortgezet. Hun oudste zoon heette uiteraard Willem van Biesen, net als zijn opa, en werd timmermansknecht waarbij hij vermoedelijk bij zijn vader werkzaam was. Willem junior trouwde met Elisabeth van Daalen en na haar overlijden met Hendrika Jelissen uit Asten in de Peel bij Eindhoven. In 1883 kochten Willem en Hendrika het huis in de de Krekeldraai (thans woning Theo Braat) voor 683 gulden van hun overbuurman Jan Pieterse Heijmans, winkelier van Heijmans Bazar. Zij hebben hier tot eind 1918 gewoond want ze overleden dat jaar in december, drie weken na elkaar. Het pand ging daarna over op hun ongehuwde kinderen Toon van Biesen die ook de timmerwinkel van zijn vader voortzette en zijn zuster Johanna die naaister van beroep was. De oudste dochter Geertruida was ook naaister maar trouwde wel, met sigarenmaker Willem Eijkhout van de Molenkade. De broer van Toon van Biesen, Arnoldus Antonius genaamd werkte aanvankelijk ook bij zijn vader in de timmerwinkel maar werd als 27-jarige opgenomen in het krankzinnigengesticht te Vught.

Scheepsramp Een andere zoon van Willem van Biesen en Cornelia van de Hoven was Jacobus van Biesen. Dat was een echte schipper. Hij trouwde met Cornelia van Meerten uit een plaatstje in de buurt van Schiedam. Hij vernoemde zijn schip naar zijn vrouw Cornelia. In november 1888 voltrok zich echter een ramp. Op de Merwede voor Sleeuwijk werd het tweemastschip Cornelia van schipper Koos van Biezen uit Dussen - dat aan den grond voer - door een mede-afsleepend ijzerschip aangevaren. Het achterschip werd daarbij doorboord waardoor de schippersvrouw Cornelia van Meerten verongelukte en het schip zonk. Gelukkig konden hun vier kinderen uit de met water volgelopen kajuit gered worden. Koos van Biesen's vier kinderen varieerden in leeftijd van 7 jaar tot nauwelijks 3 maanden. Niet zo verwonderlijk dat hij zes maanden later hertrouwde en wel met Albertha van Meerten een zuster van zijn eerste vrouw. Samen met haar kreeg hij nog eens acht kinderen. De mobiliteit van een schippersgezin blijkt uit het feit dat de geboorte van zijn twaalf kinderen op diverse plaatsen zowel in Nederland, België als in Duitsland werd aangegeven. In 1889 liep in opdracht van Koos van Biesen bij de scheepswerf van A. Ruitenberg in Waspik een nieuw schip van stapel. Het nieuwe schip van 230 ton werd Albertha gedoopt, naar de naam van zijn tweede vrouw waarmee hij dat zelfde jaar getrouwd was.

Stamboom Van Biesen

In grote lijnen is het Van Biesen nageslacht in Dussen in te delen in een drietal hoofdtakken, namelijk: Jan-tak in Dussen Binnen, Willem-tak aan de Kornsche Sluis en Arnoldus-tak aan de dijk in Dussen. Voor meer inzicht in de details van het geslacht wordt verwezen naar het stamboomoverzicht.

Naar Van Biesen stamboom

Door de 7 paginas uit te printen en vervolgens onder elkaar te leggen, krijgt u een goed en vrij compleet overzicht van de nakomelingen van Aert van Biesen uit Elshout die als eerste Van Biesen zijn voetstappen in Dussen gezet heeft.
Eventuele opmerkingen, verbeteringen of aanvullingen zijn welkom en kunt u sturen naar onderstaand email adres.

Bronnen

Digitaal Bevolkingsregister Dussen in Streekarchief Heusden.
Digitale Heusdense Krant en Echo van het Zuiden op website van het Streekarchief in Heusden.
Digitaal archief West-Brabant.
Brabants Historisch Informatie Centrum in Den Bosch.
'Met Gansen Trouw' heemkundeblad van de kring Onzenoort.
Het Genealogisch tijdschrift voor midden en West-Noord-Brabant en de Bommelerwaard
De lenen van de hofstede Polanen in Muilkerk e.o., 1352-1797, door J.C. Kort

Terug naar Streekhistorie


© Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl