Hagoort

Hagoort uit Dussen, boeren en middenstanders

De geslachtsnaam Hagoort is duidelijk afkomstig van het gehucht met die naam gelegen aan de noordelijke Maasdijk tussen Drongelen en Meeuwen. In 1329 kreeg Jan III van der Dussen, de eerste bewoner van het kasteel in Dussen, de heerlijkheid in leen van de hertog van Brabant. In 1434 werd Haechoort door Claes II van der Dussen verkocht aan zijn neef Dirk van Merwede (1383-1452) die onder meer heer van Meeuwen was. De buurtschap moest wijken voor het graven van de Bergsche Maas in 1894. De naam leeft voort in de naam van de weg die nu op deze plek loopt.

Bij de volkstelling van 1947 werd de naam 434 keer opgetekend waarvan 269 in Zuid-Holland, 68 in de provincie Utrecht maar slechts 30 keer in Noord-Brabant. In 2007 was het aantal vermeldingen opgelopen tot 586 met concentraties in: Rotterdam, Spijkenisse, Cromstrijen maar ook in Utrecht, Reeuwijk, Bodegraven, Oudewater, Zoetermeer. In grote lijnen wordt door het geslacht de zogenaamde Bible Belt gevolgd, van Zeeland naar de Noord-Oost Polder.
Bij het Nederlands Repertorium van Familienamen vindt u meer informatie hieromtrent.

Meeuwen en Gorinchem

Omdat die van Haechoort in Meeuwen ter kerke gingen is het logisch dat de oudste vermeldingen van de geslachtsnaam uit Meeuwen stammen. Laat 15de eeuw werden de eerste Hagoorten aldaar opgetekend. Kennelijk was er sprake van een Hollandse oorsprong want een zekere Gerrit Adriaansz Hagoort werd in 1580 ook wel Gerrit de Hollander genoemd. Een broer van hem was in 1588 poorter van Gorinchem. In de 18de eeuw werden diverse Hagoorten benoemd in het schepencollege van Gorinchem. In die tijd gingen zij ook een familiewapen voeren. Het wapen was gevierendeeld: I en IV in goud een zwarte schoorsteenhaal, vergezeld van twee toegewende klimmende rode vossen, de voorpoten de schoorsteenhaal rakend; II en III in goud een zwarte leeuw, rood getongd en genageld.
In 1680 verkoopt een zekere Adrianus Hagoort, notaris te Dordrecht, als procurator van de overleden Adriaen van Benschop diverse bezittingen in het Dussense.
Voor het in dit artikel besproken geslacht Hagoort bestaat geen verband met het adelijke geslacht Van der Schueren Hagoort waarvan leden (Eduard in 1682, Jean Louis in 1692 en Elisabeth in 1726) als heer/vrouwe van Dussen Munsterkerk, Muilkerk en Heeraartswaarde werden bevestigd en als zodanig ook eigenaar waren van Kasteel Dussen.

Desalniettemin was er een Hagoort van aanzien in de persoon van Peeter Jansz Hagoort (1659-1716). Hij was drossaart van Eethen en Meeuwen, maar hij was dan ook met een Van den Assem getrouwd; een aanzienlijk geslacht uit Drongelen. Zijn grafzerk is terug te vinden in de Hervormde Kerk van Meeuwen. Het besturen zat toen kennelijk al in de familie, zowel voor de publieke zaak als in de armenzorg. Zijn vader, Jan Petersz Hagoort (1615-1701), was bijvoorbeeld diaken van de Hervormde Gemeente van Meeuwen. Zijn oom, Gerrit Petersz Hagoort (1620-1697) was schout van Eethen, terwijl een andere oom, Hendrik Petersz Hagoort (1645-?) als schepen van Meeuwen én als diaken fungeerde. Zijn dochter Wilhelmina Hagoort huwde Leendert Boll (1681-1728) de schout van Doeveren en Genderen. Zijn zoon Niclaes Hagoort (1688-?) was vanaf 1721 secreataris van Dussen Munsterkerk, totdat hij in 1738 werd opgevolgd door Jacobus Middelkoop uit Heusden, de grondlegger van de bekende Dussense notarisdynastie.
Drossaart Peeter Jansz Hagoort was tevens de grondlegger van de Meeuwensetak van het geslacht, terwijl zijn kleinzoon, Bastiaan Hagoort (1745-1820), de basis vormde voor de Numansdorpsetak.

Dussen

Een zoon van de schepen van Meeuwen en diaken Hendrik Petersz Hagoort, was Jacobus Hendriksz Hagoort (1680-1753). Hij was aanvankelijk schoolmeester te Doeveren maar werd in 1705 als zodanig aan de school in Dussen Binnen benoemd. Eerst als waarnemer voor de zieke Moses Lagrou, na diens overlijden in 1709 definitief. Jacob deelde woning (A49), hof en boomgaard bij de school met zijn voorganger.
Jacob stond aan de basis van de Dussense Hagoorttak. Behalve als schoolmeester was hij ook koster, voorzanger en collecteur der verponding (belastinginner). Ongetwijfeld heeft hij ook "geboerd" en zal hij een enig landbezit hebben verworven. Uit zijn huwelijk met Lijsbeth Seijlmans uit Waspik werden tenminste 4 kinderen geboren. Dochter Adriana trouwde met Bastiaan Petersz Pellikaan terwijl hun kind Anna Pellekaan een partner vond in de vermogende Antony van Kooten. De tweede dochter, Grietje, trouwde met schepen Govert Corstiaan van Dijk. De oudste zoon Hendrik Hagoort huwde met een meisje uit Groot-Ammers en verhuisde naar Meerkerk om aldaar de stamvader van de Meerkerksetak te worden. De andere zoon Pieter Hagoort (1720-1782), gehuwd met Antonetta Rombout, trad in vaders voetsporen en volgde hem op als schoolmeester, koster en belastinggaarder. Het land van Jacob werd na zijn overlijden verkocht.

Jacob's kleinzoon, ook Jacob genoemd, vormde de derde generatie schoolmeesters. Aanvankelijk aangesteld aan de school van Uitwijk, volgde hij in 1782 zijn vader Pieter op als schoolmeester en koster in Dussen. Maar ook Jacob Hagoort jr. (1753-1814), gehuwd met Geertruij Burghout, ontplooide nevenactiviteiten. In 1806 kocht hij van de toenmalige Heer van Muilkerk, Dirk Elemans, een "Perceel weijland groot 1 morgen 4 hond en een Perceel weijland van 1 morgen, 5 hond, te zamen voor f 1160".

De jongere broer van Jacob Hagoort Jr. (de schoolmeester) heette Wouter. Hij was de laatste schout van Muilkerk, voordat Muilkerk en Munsterkerk werden samengevoegd en waarvan P.J. Stael tot schout benoemd werd. Tevens fungeerde hij als kerkmeester van de Hervormde Kerk. Wouter Hagoort (1754-1826), die gehuwd was met Lucia Boeser, was eigenaar van een flink boerenbedrijf in de Voorstraat van het Binnen (A59, op de plek waar thans boerderij Noordenveld van Van Veldhoven staat). Behalve rondom de boerderij in het Noordeveld had hij ook enig land aan de Perenboom en in het Groot Zuidenveld. Na zijn overlijden zette zijn weduwe met de kinderen het bedrijf voort.

Zijn kleinzoon Wouter Peterszoon Hagoort (<1849-1880) trouwde in 1869 met Maria Sophia Middelkoop; zij was een dochter van Wouter Middelkoop en Janna Dekker. Maria dreef het bekende winkeltje van Hagoort (A50) bij de Hervormde Kerk, hoewel de dienstbodes meestal achter de toonbank stonden. Dat waren er zo'n vier in getal waarvan Betje Romijn de laatste was.
Hun oudste dochter Johanna Hagoort (1870-?) trouwde Dingeman de Rooij en waren de ouders van Otto de Rooij, molenaarsknecht van beroep, die later de graanmaalderij aan de Molenkade van Johannes van Honswijk zou overnemen.
Schuin tegenover het winkeltje van Hagoort, in de Achterstraat van het Binnen A48, woonde Maria's schoonzuster, Neeltje Hagoort en haar man Antonie Donkersloot.

Het boerenbedrijf van Hagoort werd voor een deel uitgeoefend op gepacht land. Zo werd bijvoorbeeld door zoon Wouter Hagoort jr. (1801-1879) samen met zijn zwager, schepen Eijmert van Dalen, zo'n 22 hectare land in het Langewerf en aan de Voogdwerfschesteeg (in Zuid-Hollandsche Polder) gepacht van de Erven Delcourt uit Arnhem. Mogelijk was het Wouter jr. en zijn vrouw Helena van Daalen die de nieuwe boerderij (A68) lieten optrekken in Dussen Binnen in de Voorstraat tegenover de hofstede van Stael en de villa van Van Mol (later burgermeester Snijders) in de Achterstraat.
Onder de naam Gebr. W. Hagoort werd de oorspronkelijk oude familieboerderij door zijn zoons Segerinus (1847-1921), Johannes (1852-1930) en Peter (1857-1934), en met financiële inbreng van (schoon)familie en van Johan van Baasbank uit Werkendam, eind 19de eeuw uitgebouwd tot een centrum voor de paardenfokkerij. Talrijk waren de prijzen en erevermeldingen van de hengsten met illustre namen zoals: Apollo, Batauwer (van het Gelderse ras), Hugo, Waltram, Peter en Berlus.
De drie broers bleven alledrie vrijgezel zodat het geen overbodige luxe was dat hun nichtje Ottolina Hagoort het huishouden bestierde. Kennelijk geen eenvoudige taak, want ná Ottolina "versleten" de gebroeders in twee decennia maar liefst tien dienstbodes.
Hun zuster Lucia Hagoort was in de echt verbonden met Roeland Middelkoop, broer van Maria uitbaatster van het winkeltje van Hagoort. Ze woonden aan de Baan (A30). In 1883 trof een drama de familie. Hun jongste zusje, Teuntje 21 jaren jong en nog bij haar vrijgezelle broers inwonend, onderweg naar Almkerk over de Dussensche Ka - andere wegen door de polder van den Duil waren er nog niet - werd bij het passeren van de watermolen bij de Kornse boezem getroffen door een van de ronddraaiende molenwieken. Ze was op slag dood. De verslagenheid bij haar broers, zuster en overige familie was heel groot.

We maakten al melding van het feit dat door de familie Hagoort ook een winkeltje werd uitgebaat bij de Hervormde Kerk, met Betje Romijn als winkeljuffrouw. Maar daar bleef het niet bij. Wouter's oudere broer, Antonie Hagoort (1793-1875) was eveneens actief als middenstander. Hij was de eigenaar van een winkel aan de dijk, tussen de Krekeldraai en de Putten, ter hoogte van de latere kwekerij van Van Moergestel. Naar goed gebruik boerde hij er nog wat bij met enig land in het Klein Zuideveld en tussen de Hogedijk en de Scheisloot.
Antonie's zoon Wouter, gehuwd met Adriana de Veer uit Almkerk, stond aan de basis van de Haarlemmermeertak van het geslacht Hagoort.
Een andere broer van Wouter en van Antonie, Adrianus Hagoort (1792-1879), trouwde met Johanna Quirijns uit Raamsdonk en was de stamvader van de Capelsetak van het geslacht Hagoort.

Door diverse huwelijken met Middelkoop werd een band geschapen met dit aanzienlijke geslacht uit Dussen, maar ook met de gefortuneerden Den Dekker uit Nieuwendijk. Verder waren de geslachten Van Dijk, Roubos, De Rooij, Van Daalen, Pellikaan aangetrouwde familie. Het had ontegenzeggelijk een positieve uitwerking op het aanzien van het geslacht Hagoort in het Dussense.

Omdat de gebroeders Hagoort geen nakomelingen hadden, werd de oorspronkelijke familiehoeve ruim vóór de oorlog verkocht (mogelijk aan Piet Achterberg). De boerderij doorstond de hevige beschietingen tijdens de laatste oorlogswinter (1944-1945) niet. Voor de oorlog al, trok een van de gebroeders (Peter) in bij z'n neef Wouter Hagoort X Cornelia Grootenboer. Die bewoonde de nieuwe boerderij van Hagoort wat verderop in de buurt gelegen (ten oosten van perceel de Boterkamp). Helaas ging ook deze fraaie boerderij in het Binnen met de karakteristieke kleine vensterruitjes door oorlogsgeweld verloren. In 1952 liet hun zoon Cor.Wouter Hagoort op dezelfde plek een nieuwe boerderij ontwerpen door de architecten A. de Jong en M. Oostlander die voor ƒ 26.150,- gebouwd werd door aannemer C.F. van Wendel de Joode uit Sleeuwijk. Deze werd eind tachtiger jaren aangekocht door aannemer Harry van Mierlo die het pand in het Binnen verbouwde tot een fraai landhuis.

Bronnen

Digitale Heusdense Krant en Genealogische bronnen op de website van het streekarchief in Heusden.
Bevolkingsregister Dussen in het streekarchief te Heusden.

Terug naar Streekhistorie


© Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl