Typhusuitbraak in 1925

Typhus in Mariapolder

Epidemie In juni 1925 meldde de Centrale Gezondheidsraad in Noord-Brabant slechts drie gevallen van typhus: in Dussen (in het gezin van F.P.), Schijndel en Zevenbergen. Het Nieuwsblad maakte daarnaast gewag van n typhus-geval in Waspik. Toch leek de ziekte via Rusland (Petersburg), Pruissen, Silezie, Duitsland en Westfalen op weg naar ons land. Door de Inspecteur der Volksgezondheid werden met de Twentse burgemeesters voorzorgsmaatregelen getroffen. De grensregio was kwetsbaar door het omvangrijke woon-werkverkeer. Zo werden er onder meer aanplakbiljetten verspreid met waarschuwingen en wenken om besmetting te voorkomen. Niettemin werden aanvang september 1925 in Kampen (OV) enige gevallen van typhus gemeld en weldra ook in Hengelo en zelfs in Bennekom (GLD). In het najaar begon de ziekte steeds meer om zich heen te grijpen: in Werkendam waren enkele patienten en was er zelfs een patient overleden. Omdat consumptie van rauwe melk als n van de oorzaken van typhus werd beschouwd, werd in het landelijk uitgevaardigde Melkbesluit een bepaling opgenomen hoe te handelen op de hofstede als er typhus heerste.

Begin oktober 1925 werd Hank getroffen, waarbij vooral jonge mensen het slachtoffer waren. Twee weken later werden er zo'n twintig typhusgevallen gemeld in de Mariapolder, voornamelijk te wijten aan slecht drinkwater. Door de Inspecteur der Volksgezondheid werden uitgebreide onderzoekingen in het vooruitzicht gesteld. Op diverse plaatsten werden plakaten opgehangen met de tekst: 'Kookt Uw drinkwater en Uwe melk'. Ook de pastoor en de dominee waarschuwden de kerkbezoekers om hun drinkwater en melk eerst te koken alvorens te gebruiken. Bij openbare gebouwen zoals scholen en kerken werden bakken met creoline geplaatst waarin bezoekers hun klompen moesten desinfecteren. Huizen van zieken kregen een mededeling op de deur waarin werd gewaarschuwd voor de ziekte. Middels een ingezonden brief deed een voormalig Dussenaar uit Amsterdam een beroep op het gemeentebestuur van Dussen om een betere drinkwatervoorziening voor zijn bewoners te realiseren.

In de gemeenteraadsvergadering van 13 november 1925 werd door het Hankse raadslid Herman de erbarmlijke waterkwaliteit in Hank aan de orde gesteld. De voorzitter achtte het voor een deel ook eigen schuld omdat de inwoners zelf hun drinkwater verontreinigden. Waterlopen waaruit drinkwater werd betrokken werden door de omwonenden als open riool gebruikt en voor de afvoer van hun afval; zelfs kadavers werden in het water geworpen. Als bewoners hun gedrag niet veranderden, zou de kwaliteit van hun drinkwater ook niet verbeteren. Wel kon hij mededelen dat de gemeente samen met buurgemeentes in gesprek was met de Waterleiding Maatschappij over de aanleg van een drinkwaternet. Door de gemeenteraad werd aan B & W een blanco krediet verstrekt om de heersende typhusbesmetting te bestrijden.

Voor de verpleging van de patienten werd - eerst na een emotioneel bezoek van Pastoor Willaert aan het Provinciehuis in Den Bosch - een barak gebouwd vooraan het kerkhof in de Kerkstraat. Toon van Velthoven wist in zijn verhaal over de typhusuitbraak in Hank te vertellen dat de pastoor zich tijdens de treinreis naar Den Bosch steeds meer had zitten opwinden over het feit dat de beloofde steun van de Provincie uitbleef. Zijn gesprek met de ambtenaar was slechts kort en vooral ambtelijk geweest, dit tot groot ongenoegen van de pastoor die bruusk opstond en met zijn stok keihard op het bureau sloeg om de man vervolgens toe te bijten: 'uw hulp komt als wij allemaal dood zijn'. Zijn uitval had echter wel geholpen want een week later stond er een ziekenbarak tussen de kerk en het klooster, compleet met verplegend personeel.

Ook anderszins werd hulp geboden. Na een telefoontje van de burgemeester leverde het Rode Kruis een brancard, 40 dekens en een paar dozijn lakens. Boeren legden een laag stro voor de huizen van zieken zodat zij minder last hadden van de voorbijrijdende karren (het was peentijd). Dokter de Boer uit Dussen organiseerde een vaccinatie waaraan ruim 200 inwoners van Hank en Dussen gehoor gaven; niettemin slechts circa tien procent van de totale bevolking. Kennelijk heerste er dus, ondanks de dreiging van de besmettelijke ziekte, nog steeds een flinke terughoudendheid om zich te laten inenten. Om verdere besmetting tegen te gaan werden overledenen niet langer in de kerk zelf opgebaard maar in de kelder.

Eind november 1925 leek de epidemie onder kontrole. Nog voor kerstmis konden de ziekenbarakken worden geruimd. In Hank werden in totaal zo'n 30 mensen besmet en vielen er uiteindelijk zes slachtoffers te betreuren waarvan twee kinderen uit een gezin aan de Korte Dijk. Tijdens de raadsvergadering werden pastoor Willaert en dokter De Groot door het gemeentebestuur uitvoerig bedankt en geprezen voor hun inzet tijdens de typhusepidemie in de gemeente. Zelfs het college van B & W werd geprezen voor zijn niet aflatende inzet.

Bronnen

Digitale kranten Echo van het Zuiden en Nieuwsblad Land van Heusden en Altena in streekarchief Heusden.
Toon van Velthoven, Hank van 1900-2000 - De Typhusepidemie van 1925, p. 20-21 (1999)

Terug naar Streekhistorie


© Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl